QA Arbeidsongeschiktheid_website

Slapend dienstverband: wat u als werkgever moet weten

Arbeids- en ambtenarenrecht

Slapend dienstverband: wat u als werkgever moet weten

Heeft u een werknemer die bijna of al twee jaar arbeidsongeschikt is? Dan krijgt u als werkgever te maken met de vraag of het dienstverband moet worden beëindigd. Als de werknemer na afloop van die periode verzoekt om beëindiging, wordt van u in beginsel verwacht dat u daaraan meewerkt. Die verplichting is echter niet absoluut.

Tot 2020 kozen veel werkgevers ervoor om dienstverbanden slapend te houden om zo het betalen van de transitievergoeding uit te stellen. Met de invoering van de compensatieregeling en de Xella-rechtspraak is dat uitgangspunt fundamenteel veranderd. En nu er concrete plannen liggen om de compensatieregeling te beperken of zelfs volledig af te schaffen, kan de afweging opnieuw verschuiven.

In dit artikel:

Wanneer is sprake van een slapend dienstverband?

Van een slapend dienstverband is sprake wanneer een werknemer na afloop van de wettelijke periode van 104 weken ziekte formeel nog in dienst is, maar geen arbeid verricht en geen loon meer ontvangt. Hoewel de arbeidsovereenkomst officieel blijft bestaan, zijn de werkzaamheden en de loondoorbetaling gestopt.

Als werkgever bent u verplicht een transitievergoeding te betalen wanneer u een werknemer ontslaat na langdurige ziekte. Deze vergoeding wordt berekend over het gehele dienstverband, inclusief de periode waarin de werknemer ziek was.

Moet u instemmen met beëindiging na twee jaar ziekte?

Sinds 2019 geldt als uitgangspunt dat van een werkgever mag worden verwacht dat hij instemt met een verzoek van de werknemer om een slapend dienstverband te beëindigen na twee jaar ziekte. Deze norm is ontwikkeld in het
Xella-arrest
en is gebaseerd op het beginsel van goed werkgeverschap.

De gedachte daarachter is helder: als de transitievergoeding kan worden gecompenseerd, heeft de werkgever doorgaans geen gerechtvaardigd belang om het dienstverband in stand te houden. Het slapend laten voortbestaan van het dienstverband enkel om betaling van de transitievergoeding uit te stellen, wordt in de regel niet aanvaard.

Dit betekent niet dat u altijd moet instemmen. Of die verplichting bestaat, hangt af van de omstandigheden van het geval.

Wanneer mag u weigeren?

U bent niet verplicht mee te werken aan beëindiging als sprake is van een concreet en reëel vooruitzicht op re-integratie binnen afzienbare tijd. Dat vooruitzicht moet u wel kunnen onderbouwen. Een theoretische kans op herstel of een niet-onderbouwde verwachting is onvoldoende.

Zolang re-integratie reëel is, blijft u verantwoordelijk voor het ondersteunen van de werknemer bij terugkeer naar werk.

Wat zijn de gevolgen als u niet meewerkt aan beëindiging?

Risico op rechterlijke tussenkomst en extra kosten

Als u niet instemt met beëindiging van het dienstverband, kan de werknemer de rechter vragen om u alsnog te verplichten mee te werken. De rechter kan dan bepalen dat u de transitievergoeding moet betalen, eventueel aangevuld met proceskosten. Maar ook zonder procedure kunnen de kosten oplopen.

Beperkte compensatie: deel van de transitievergoeding blijft voor uw rekening

De transitievergoeding die wordt opgebouwd ná afloop van de 104 weken ziekte komt niet voor compensatie in aanmerking. Dit geldt ook voor perioden waarin een loonsanctie van kracht is. Tegelijkertijd blijft de werknemer over deze extra periode wél transitievergoeding opbouwen.

Onzekerheid over toekomstige compensatie bij langdurige ziekte

Daar komt bij dat de compensatieregeling onder druk staat. Er ligt een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer dat de compensatie per 1 juli 2026 beperkt tot kleine werkgevers. Of dit voorstel in deze vorm wordt aangenomen en of die datum wordt gehaald, is echter nog onzeker. De Raad van State heeft het wetsvoorstel kritisch ontvangen en adviseerde zelfs om de transitievergoedingsplicht bij langdurige arbeidsongeschiktheid geheel te schrappen.

Het nieuwe coalitieakkoord Aan de slag (D66, VVD en CDA) gaat nog een stap verder: daarin staat het voornemen om de compensatieregeling per 2028 voor álle werkgevers af te schaffen. Daarnaast wil de coalitie de transitievergoeding hervormen, zodat werkgevers die aantoonbaar investeren in scholing en re-integratie een lagere of zelfs geen transitievergoeding hoeven te betalen. Het betreft hier wel plannen van een minderheidskabinet die nog moeten worden uitgewerkt in wetgeving. Lees hierover meer in ons artikel
Compensatie transitievergoeding 2026: dit verandert er voor werkgevers.

Vakantiedagen als sluimerend kostenrisico

Een bijkomend risico is de mogelijke opbouw van vakantiedagen. Naar Nederlands recht is vakantieopbouw gekoppeld aan loon: geen loon betekent geen opbouw.
In augustus 2025 oordeelde de kantonrechter Gelderland echter dat deze regel in strijd is met Europees recht.
Volgens die uitspraak bouwt een werknemer ook tijdens een slapend dienstverband vakantiedagen op, die bij beëindiging moeten worden uitbetaald.

Er is op dit punt nog geen vaste lijn in de rechtspraak en de minister heeft aangegeven de wet vooralsnog niet te wijzigen. Het risico op claims over niet-genoten vakantiedagen is echter reëel, zeker bij langlopende slapende dienstverbanden.

Ons advies: wacht niet te lang met beëindigen

Hoe langer een slapend dienstverband voortduurt, hoe hoger de kosten kunnen oplopen: hogere transitievergoeding, minder of geen compensatie, en mogelijk een claim over vakantiedagen. Snel afwikkelen na twee jaar ziekte voorkomt deze opstapeling.

Heeft u werknemers die langdurig arbeidsongeschikt zijn of binnenkort de tweejaarstermijn bereiken? Breng dan nu in kaart:

  • Wanneer verstrijkt de tweejaarstermijn?
  • Is re-integratie nog reëel?
  • Kan het peilmoment worden beïnvloed door aankomende wetswijzigingen?

Als de compensatieregeling inderdaad wordt beperkt of afgeschaft, wordt beëindiging van een slapend dienstverband voor werkgevers een directe kostenpost zonder compensatiemogelijkheid. Maar ook los van die onzekere wetswijzigingen geldt: hoe langer u wacht, hoe hoger de kosten kunnen oplopen.

Heeft u vragen?

Wilt u weten welke aanpak in uw situatie het meest verantwoord is? Of heeft u een concreet dossier dat u wilt laten beoordelen? Onze arbeidsrechtspecialisten denken graag met u mee.

Geschreven door

Emmie van de Venn-Koppens

advocaat
arbeidsrecht

Emmie-van-de-Venn-Koppens