broodje arbeidsrecht

Slapend dienstverband en de opbouw van vakantiedagen

Arbeids- en ambtenarenrecht

Slapend dienstverband en de opbouw van vakantiedagen

Op 12 augustus 2025 heeft de kantonrechter in Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2025:7054) een opvallende uitspraak gedaan over de opbouw van vakantiedagen tijdens een slapend dienstverband. De zaak is bijzonder omdat de Nederlandse wet dit expliciet lijkt uit te sluiten.

In dit artikel wordt de zaak, de juridische tegenstrijdigheden en wat dit betekent voor werkgevers besproken.

Achtergrond van de zaak
Werknemer was bijna dertig jaar in dienst bij een machinefabriek. Sinds 2019 was hij volledig arbeidsongeschikt. Toen werknemer uiteindelijk een IVA-uitkering kreeg, bleef zijn arbeidsovereenkomst slapend voortbestaan. Werknemer vroeg om beëindiging van zijn dienstverband, maar wilde daarnaast al zijn niet-genoten vakantiedagen uitbetaald krijgen. Ook voor de jaren waarin hij geen recht meer had op loon. De werkgever verweerde zich en beriep zich op de wet: geen recht op loon is geen recht op vakantieopbouw.

Oordeel kantonrechter: de Nederlandse wet moet wijken voor Europees recht
De kantonrechter zette het verweer van werkgever opzij. Volgens de kantonrechter is de bepaling waar de werkgever zich op beriep (artikel 7:634 lid 1 BW) in strijd met het Europese recht, met name de Arbeidstijdenrichtlijn en het EU-Handvest. De kantonrechter achtte doorslaggevend dat het Europese recht werknemers een recht toekent op jaarlijkse vakantie met behoud van loon. Een nationale regeling die dit beperkt moet volgens de kantonrechter buiten toepassing blijven. De rechter kwam tot de conclusie dat ook tijdens een slapend dienstverband vakantiedagen worden opgebouwd.

Nederlandse wet vs. Europese wet
De Nederlandse wetgever heeft er uitdrukkelijk voor gekozen om vakantieopbouw te koppelen aan loon. Dat volgt uit artikel 7:634 lid 1 BW. Dat uitgangspunt past binnen het systeem van het Nederlandse arbeidsrecht: waar geen arbeid wordt verricht en geen loon wordt betaald, ontstaan ook geen verlofrechten. Het Europese recht zit op dit onderdeel anders in elkaar; de jaarlijkse vakantie met behoud van loon wordt aangemerkt als een kernrecht van werknemers, waarvan lidstaten niet ten nadele van de werknemer mogen afwijken.

Volgens het Europese recht is het recht op “vakantie met behoud van loon” bedoeld om werknemers de mogelijkheid te bieden om te herstellen van hun werkzaamheden, zonder dat zij er financieel op achteruit gaan. Bij een slapend dienstverband worden geen werkzaamheden verricht waar de werknemer van zou moeten herstellen. Je kunt je dan terecht afvragen waarom er bij een slapend dienstverband nog verlofdagen worden opgebouwd. Op dit punt is het Europese recht dus niet te volgen.

Gevolgen voor werkgevers
Het oordeel van de kantonrechter kan leiden tot aanzienlijke kosten voor werkgevers. De loondoorbetaling van twee jaar bij ziekte wordt door veel werkgevers al als flinke kostenpost ervaren. Als daar bovenop ook vakantieopbouw tijdens een slapend dienstverband komt, waarvan het saldo bij einde dienstverband moet worden uitbetaald, leidt dit voor werkgevers tot nog meer kosten.

Wat betekent dit voor de praktijk?
Op dit moment is er nog geen vaste lijn te zien in de uitspraken van rechters over dit onderwerp. De uitspraak kan werknemers echter wel aanmoedigen om vakantiedagen over slapende dienstverbanden te claimen. Dit, en de combinatie met het afschaffen van de compensatie transitievergoeding na langdurige ziekte voor grote werkgevers, toont aan dat het hebben van slapende dienstverbanden binnen een onderneming onwenselijk is. Werkgevers doen er verstandig aan dienstverbanden na twee jaar ziekte snel af te wikkelen om later eventuele claims over vakantiedagen te voorkomen.

Voor meer informatie over de compensatie van de transitievergoeding bij ontslag van langdurig zieke werknemers en slapende dienstverbanden, leest u onze artikelen hierover.

Conclusie
De uitspraak heeft niet alleen een discussie gestart over de opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte, maar ook over of de Nederlandse wet in strijd is met Europees recht. De Minister heeft onlangs aangegeven geen noodzaak te zien in het wijzigen van de Nederlandse wet. Volgens hem is de Nederlandse wet nog altijd in lijn met het Europese recht. Mogelijk krijgt dit nog een interessant vervolg bij de Hoge Raad of het Hof van Justitie van de EU.

Geschreven door

Sanne van Bellegem

advocaat
arbeidsrecht

sanne