Huurrecht_ vastgoed 832x312px

Eén jaar Wet vaste huurcontracten: wat zijn de regels en wat is er veranderd voor huurders en verhuurders?

Vastgoedrecht

Eén jaar Wet vaste huurcontracten: wat zijn de regels en wat is er veranderd voor huurders en verhuurders?

Het is inmiddels een jaar geleden dat de Wet vaste huurcontracten in Nederland in werking trad. Deze wet is vooral bedoeld om huurders van woonruimte meer bescherming te bieden. Maar wat houdt deze wet precies in en wat is er het afgelopen jaar veranderd?

In deze blog vindt u meer informatie over de wet- en regelgeving in het kader van tijdelijke huurcontracten.

De Wet vaste huurcontracten
De Wet vaste huurcontracten trad op 1 juli 2024 in werking, waardoor de mogelijkheden om woonruimte tijdelijk te verhuren werden beperkt. Het doel van de Wet vaste huurcontracten is dat vaste huurcontracten weer de norm worden, wat ten goede komt van de woonzekerheid van huurders. Het verbod op tijdelijke huurovereenkomsten geldt vanaf 1 juli 2024 ook voor onzelfstandige woonruimte. Tijdelijke huurovereenkomsten die vóór 1 juli 2024 zijn afgesloten, veranderen niet.

Uitzonderingen
Op het verbod van tijdelijke verhuur bestaat een aantal strikte uitzonderingen. Als voldaan wordt aan één van deze uitzonderingen, is een tijdelijke huurovereenkomst dus nog wel mogelijk, zij het voor maximaal 2 jaar. Een tijdelijke huurovereenkomst kan niet worden verlengd.

Er zijn specifieke groepen waarvoor tijdelijke huurcontracten nog wel een uitkomst bieden. Tijdelijke verhuur voor de duur van twee jaar of korter blijft mogelijk ingeval wordt verhuurd aan personen die deel uitmaken van bij algemene maatregel van bestuur genoemde categorieën van personen.

Voorbeelden van categorieën van personen, zoals neergelegd in artikel 7:271, tweede lid, eerste zin, van het Burgerlijk Wetboek zijn:

  • Studenten die tijdelijk in een andere gemeente binnen Nederland wonen in verband met hun studie ;
  • Huurders die vanwege dringende werkzaamheden of renovatie tijdelijk ergens anders moeten wonen ingevolge artikel 7:220, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek
  • Personen die afkomstig zijn uit maatschappelijke opvang zoals neergelegd in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of in een sociale noodsituatie verkeren met een aantoonbaar huisvestingsbehoefte;
  • Personen die na het overlijden van een ouder of verzorger de huurovereenkomst voortzetten op grond van artikel 7:268 van het Burgerlijk Wetboek;
  • Personen die een of meer minderjarige kinderen hebben en niet langer een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren met de andere ouder , maar in de nabijheid van hun kinderen willen blijven wonen;
  • Personen die op de Waddeneilanden werken en hiervoor woonruimte behoeven;
  • Vergunninghouders die direct uit een COA-opvangcentrum komen zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op het Centraal Orgaan opvang asielzoekers en wachten op definitieve huisvesting door de betrokken gemeente krachtens artikel 1 van de Huisvestingswet 2014.

Terugblik
Na een jaar Wet vaste huurcontracten is het nog te vroeg om alle effecten volledig te overzien, maar de eerste signalen wijzen erop dat huurders beter beschermd worden. Anderzijds is het door deze wet voor verhuurders ineens veel minder aantrekkelijk geworden om woningen te (blijven) verhuren, dit in combinatie met nog andere voor verhuurders nadelige wetgeving (bijv. de Wet betaalbare huur) en fiscale maatregelen. Het aanbod huurwoningen in de ‘vrije sector’ is inmiddels flink gedaald en huurprijzen zijn daarmee aanzienlijk gestegen, dus het is maar de vraag of huurders met deze wet uiteindelijk geholpen zijn.

Heeft u naar aanleiding van het bovenstaande nog vragen over tijdelijke huurcontracten of nog andere vragen? Neemt u dan gerust contact met ons op voor advies.

Geschreven door

Pelin Bilsel

juridisch medewerkster 
letselschade, vastgoedrecht, algemene rechtspraktijk

pelin-bilsel