Schijnzelfstandigheid bij zzp’ers: de regels en handhaving in 2025
Schijnzelfstandigheid bij zzp’ers: de regels en handhaving in 2025
Sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst weer actief op schijnzelfstandigheid. Dit raakt u direct als u werkt met zzp’ers die mogelijk als werknemer kunnen worden aangemerkt. Als opdrachtgever riskeert u een naheffing van loonheffingen als sprake blijkt te zijn van schijnzelfstandigheid.
Het goede nieuws: 2025 geldt als een overgangsjaar met een ‘zachte landing’. Dit betekent dat de Belastingdienst eerst een waarschuwing geeft in plaats van direct een boete op te leggen. Bovendien wordt alleen gekeken naar situaties vanaf januari 2025. Dit biedt u ruimte om uw arbeidsrelaties met zzp’ers goed onder de loep te nemen en zo risico’s te beperken.
Op deze pagina leest u precies wat u moet weten en doen. U vindt hier de actuele regels, praktische tips en concrete stappen om uw organisatie te beschermen tegen de risico’s van schijnzelfstandigheid.
Inhoudsopgave
- Wat is schijnzelfstandigheid bij zzp’ers?
- Risico’s en gevolgen voor werkgevers
- Hoe handhaaft de Belastingdienst in 2025?
- Hoe herkent u schijnzelfstandigheid?
- Hoe voorkomt u schijnzelfstandigheid? (stappenplan)
- Modelovereenkomsten als praktische oplossing?
- Wat verandert er in 2026? Strengere handhaving en nieuwe wetgeving (Wet VBAR?)
Wat is schijnzelfstandigheid bij zzp’ers?
Er is sprake van schijnzelfstandigheid als een zzp’er op papier als zelfstandige werkt, maar in de praktijk als werknemer functioneert. Voor opdrachtgevers kan dit leiden tot fiscale en arbeidsrechtelijke risico’s.
Hoe herkent u schijnzelfstandigheid?
- Eén opdrachtgever: de zzp’er werkt langdurig of exclusief voor één partij.
- Beperkte vrijheid: de zzp’er heeft geen zelfstandige onderhandelingspositie over tarieven en werktijden.
- Inbedding in de organisatie: de zzp’er wordt aangestuurd alsof het een werknemer betreft en gebruikt bedrijfsvoorzieningen.
- Economische afhankelijkheid: de zzp’er kan financieel niet zonder de opdrachtgever.
Belangrijk! De beoordeling van een arbeidsrelatie is altijd maatwerk. De Belastingdienst kijkt daarbij niet alleen naar contracten, maar ook naar de feitelijke werksituatie.
Risico’s en gevolgen voor werkgevers
Als blijkt dat er eigenlijk sprake is van een dienstverband, heeft dit verstrekkende gevolgen voor u als opdrachtgever.
1. Fiscale gevolgen van schijnzelfstandigheid
Een verkeerde kwalificatie van de arbeidsrelatie kan de volgende fiscale gevolgen hebben:
- Naheffingen: u moet alsnog loonheffingen en sociale premies afdragen. In 2025 kijkt de Belastingdienst echter alleen naar het lopende jaar, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of een eerder gegeven aanwijzing. Er is dus geen sprake van terugwerkende kracht.
- Boetes en belastingrente: in 2025 worden door de Belastingdienst nog geen boetes opgelegd voor verzuim of vergrijp, mits u als opdrachtgever actief bent geweest met het correct kwalificeren van de arbeidsrelatie. De Belastingdienst zal dan eerst een waarschuwing geven voordat er wordt overgegaan tot een boekenonderzoek. Dit maakt onderdeel uit van de zogeheten ‘zachte landing’;
- Extra controles: de Belastingdienst kan uw organisatie intensiever gaan controleren.
2. Arbeidsrechtelijke verplichtingen
Als een arbeidsrelatie als dienstverband wordt gekwalificeerd, moet u – met terugwerkende kracht – voldoen aan alle wettelijke werkgeversverplichtingen zoals:
- Loondoorbetaling bij ziekte: maximaal 2 jaar loon doorbetalen als de zzp’er arbeidsongeschikt raakt;
- Vakantierechten: de zzp’er heeft recht op doorbetaalde vakantiedagen die daadwerkelijk opgenomen kunnen worden;
- Ontslagbescherming: de werkrelatie kan niet zomaar beëindigd worden, maar moet voldoen aan de wettelijke ontslagregels;
- Overige arbeidsvoorwaarden: alle rechten uit de cao en arbeidswetgeving worden van toepassing, waaronder pensioenopbouw en eventuele bonusregelingen.
Zo handhaaft de Belastingdienst in 2025 (stappenplan)
Stap 1: Selectie van risicobedrijven
De Belastingdienst identificeert bedrijven met een verhoogd risico op schijnzelfstandigheid via een landelijke detectiemodule. Deze module analyseert objectieve criteria om aanwijzingen te vinden voor een mogelijke toename van de inhuur van derden waarbij een groter risico op onjuiste kwalificatie wordt ingeschat.
Daarnaast worden ook meldingen van andere toezichthouders, zoals de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA), meegenomen. De uitkomsten van steekproeven onder ondernemingen — waarin de kwalificatie van arbeidsrelaties wordt onderzocht — dragen eveneens bij aan de risico-inschatting.
Stap 2: Bedrijfsbezoek
In 2025 kan de Belastingdienst starten met een bedrijfsbezoek bij geselecteerde opdrachtgevers. Tijdens dit bezoek wordt gesproken over de inhuur van zelfstandigen en extern personeel. Het doel is om opdrachtgevers bewust te maken van het belang van een juiste kwalificatie van arbeidsrelaties en hen te wijzen op mogelijke risico’s op schijnzelfstandigheid.
Stap 3: Informele herstelperiode
Na het bedrijfsbezoek kan de Belastingdienst de opdrachtgever de gelegenheid geven om de gesignaleerde risico’s te beoordelen en mogelijk te corrigeren. De inspecteur kan in deze fase ervoor kiezen om nog geen boekenonderzoek te starten. In plaats daarvan kan een waarschuwing worden gegeven.
Let op: deze waarschuwing is geen formeel handhavingsinstrument zoals een aanwijzing. Deze fase is nadrukkelijk onderdeel van de ‘zachte landing’ in 2025, waarin opdrachtgevers ruimte krijgen om zonder directe sancties verbeteringen door te voeren in de kwalificatie van arbeidsrelaties.
Hoewel een exacte hersteltermijn niet wettelijk is vastgelegd, geldt in de praktijk doorgaans een termijn van circa drie maanden. Het is dus belangrijk dat u als opdrachtgever tijdig maatregelen neemt en niet wacht tot later in 2025 of zelfs 2026. De Belastingdienst verwacht dat u voortvarend handelt bij het corrigeren van risico’s op schijnzelfstandigheid.
Stap 4: Boekenonderzoek
Als na de informele herstelperiode onvoldoende corrigerende maatregelen zijn genomen of tijdens het bedrijfsbezoek al duidelijke signalen van onjuiste kwalificatie aanwezig zijn, kan de Belastingdienst overgaan tot een boekenonderzoek. Dit stelt de inspecteur in staat om op basis van feiten en omstandigheden een formeel standpunt in te nemen over de aard van de arbeidsrelatie.
Let op: zodra een boekenonderzoek is gestart of afgerond, is het geven van een informele waarschuwing niet meer mogelijk.
Stap 5: Vaststellen onjuiste kwalificatie van de arbeidsrelatie
Als de Belastingdienst tijdens of na het boekenonderzoek vaststelt dat er sprake is van een onjuiste kwalificatie van de arbeidsrelatie — bijvoorbeeld bij schijnzelfstandigheid, waarbij ten onrechte buiten dienstbetrekking wordt gewerkt — dan heeft dat directe fiscale gevolgen.
Deze formele vaststelling markeert het einde van het onderzoek en het begin van de corrigerende fase. Onder de ‘zachte landing’ in 2025 gelden daarbij de volgende uitgangspunten:
- Geen terugwerkende kracht: de Belastingdienst kijkt in beginsel alleen naar arbeidsrelaties vanaf 1 januari 2025. Alleen bij kwaadwillendheid of eerder gegeven aanwijzingen kan hiervan worden afgeweken.
- Geen boetes bij aantoonbare inspanning: opdrachtgevers (en opdrachtnemers) die aantoonbaar actief aan de slag zijn gegaan met een juiste kwalificatie, krijgen in 2025 geen vergrijp- of verzuimboetes opgelegd. Dit is vastgelegd in de motie Flach/Aartsen.
- Wel correcties en naheffingen: ook in 2025 kan de Belastingdienst bij een foutieve kwalificatie correctieverplichtingen opleggen, zoals het afdragen van loonheffingen en sociale premies. Hierover wordt belastingrente berekend.
- Ingroeimodel tot 2030: er wordt niet teruggekeken tot vóór 1 januari 2025, behalve bij uitzondering. Vanaf 2026 breidt de terugwerkende kracht zich geleidelijk uit tot vijf jaar.
Let op: deze coulante aanpak is tijdelijk. Vanaf 2026 wordt de handhaving strenger en gelden de reguliere regels voor boetes en terugwerkende kracht.
Vooroverleg met de Belastingdienst in 2025
In 2025 biedt de Belastingdienst de mogelijkheid van vooroverleg. Dit geeft opdrachtgevers en zzp’ers de kans om vooraf duidelijkheid te krijgen over hun arbeidsrelatie. Voor een aanvraag moet u:
- Een gedetailleerde beschrijving van de werkrelatie indienen
- Concrete informatie verstrekken over de praktische uitvoering
- Documentatie aanleveren over de voorgenomen samenwerking
Het vooroverleg biedt geen bindende zekerheid, maar kan wel inzicht geven in hoe de Belastingdienst uw situatie beoordeelt. De praktische waarde lijkt echter beperkt te blijven. Het moet een concrete casus betreffen, en zelfs dan krijgt u geen volledige zekerheid. Voor de meeste situaties is het daarom niet aan te raden dit traject te starten.
Hoe beoordeelt de Belastingdienst of er sprake is van schijnzelfstandigheid?
De Belastingdienst gebruikt drie hoofdcriteria, aangevuld met negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest, om te bepalen of er sprake is van schijnzelfstandigheid. Daarnaast weegt sinds 2025 ook het criterium extern ondernemerschap volwaardig mee.
De 3 hoofdcriteria van de Belastingdienst
Bij de beoordeling van arbeidsrelaties hanteert de Belastingdienst drie kernvragen:
- Gezagsverhouding: in hoeverre heeft de opdrachtgever zeggenschap over het werk?
- Moet de zzp’er inhoudelijke aanwijzingen opvolgen?
- Is de zzp’er gebonden aan bedrijfsregels?
- Bepaalt de opdrachtgever hoe en wanneer het werk wordt uitgevoerd?
- Arbeid:kan de zzp’er zich vrij laten vervangen?
- Als vervanging niet mogelijk is, wijst dit eerder op een dienstverband.
- Loon: is er sprake van een vaste vergoeding?
- Een vaste periodieke betaling zonder direct verband met het resultaat kan wijzen op een dienstverband.
De 9 gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest
Naast deze drie hoofdcriteria kijkt de Belastingdienst naar 9 gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest om te bepalen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst:
- Aard en duur van de werkzaamheden: Eenvoudige en langdurige werkzaamheden duiden vaak op een dienstverband. Ook het verschil tussen een inspanningsverplichting (dienstverband) en resultaatverplichting (zelfstandigheid) speelt hierbij een rol.
- Bepaling van werkzaamheden en werktijden: Minder vrijheid in het bepalen van werkwijze, werktijden en locatie wijst vaker op een dienstverband.
- Inbedding in de organisatie: Werkt de zzp’er zij-aan-zij met werknemers en volgt hij dezelfde regels en aansturing? Dit wijst op een dienstverband.
- Verplichting tot persoonlijke arbeid: Moet de zzp’er het werk persoonlijk uitvoeren, of kan hij zich laten vervangen? Verplichte persoonlijke arbeid duidt op een dienstverband.
- Totstandkoming van afspraken: Had de zzp’er onderhandelingsruimte bij het aangaan van de overeenkomst? Weinig onderhandelingsruimte wijst vaker op een dienstverband.
- Beloning: Heeft de zzp’er invloed op zijn tarief en betalingswijze? Een beloning die vergelijkbaar is met die van werknemers duidt op een dienstverband.
- Hoogte van de beloning: Is de beloning vergelijkbaar met die van werknemers in loondienst?
- Commercieel risico: Draagt de zzp’er zelf het ondernemersrisico, bijvoorbeeld bij ziekte of herstelkosten? Minder risico wijst vaker op een dienstverband.
- Ondernemerschap: Werkt de zzp’er voor meerdere opdrachtgevers en investeert hij in naamsbekendheid? Minder ondernemerschap wijst op een dienstverband.
Extern ondernemerschap sinds het Uber-arrest (2025)
In februari 2025 heeft de Hoge Raad in het Uber-arrest geoordeeld dat extern ondernemerschap even zwaar moet meewegen als de andere beoordelingscriteria bij het vaststellen van een arbeidsrelatie. Dit wijkt af van de eerdere praktijk van de Belastingdienst, waarin extern ondernemerschap vaak als minder zwaar werd gezien.
Wat is extern ondernemerschap?
Extern ondernemerschap gaat over de vraag of de zzp’er zich ook buiten de directe samenwerking met de opdrachtgever gedraagt als ondernemer. Denk aan:
- het hebben van meerdere opdrachtgevers;
- ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel;
- het hebben van een eigen website, logo of huisstijl;
- het doen van investeringen in het eigen bedrijf;
- het lopen van ondernemersrisico, zoals wanbetaling of aansprakelijkheid.
Wat betekent dit voor de beoordeling van schijnzelfstandigheid?
Bij de beoordeling van schijnzelfstandigheid worden sinds het Uber-arrest ook omstandigheden buiten de directe werkrelatie meegewogen. Hetzelfde werk, voor dezelfde opdrachtgever, kan bij de ene zzp’er leiden tot een arbeidsovereenkomst, en bij de andere niet – afhankelijk van het aantoonbare ondernemerschap van de zzp’er.
Concreet betekent dit dat:
- niet alleen wordt gekeken naar de directe samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, maar ook naar het bredere gedrag van de zzp’er in het economisch verkeer;
- de Belastingdienst het totaalbeeld van de zzp’er beoordeelt, inclusief externe ondernemerskenmerken;
- u als opdrachtgever zicht moet hebben op het externe ondernemerschap van uw opdrachtnemers, en dit actief moet beoordelen en vastleggen.
Wat betekent dit voor opdrachtgevers?
Voor u als werkgever betekent dit een extra verantwoordelijkheid. U moet actief onderzoeken en vastleggen of de zzp’er zich ook daadwerkelijk als ondernemer gedraagt. Dat vraagt om:
- gerichte vragen bij aanvang van de samenwerking;
- duidelijke afspraken over de verdeling van verantwoordelijkheden;
- het verzamelen van documentatie over het ondernemerschap van de zzp’er.
De Belastingdienst verwacht dat u hierover een onderbouwd standpunt kunt innemen. Let op: ook bij zogeheten tussenkomstsituaties – waarbij een zzp’er via een intermediair werkt – wordt extern ondernemerschap al langer meegewogen. Ook daar kijkt de Belastingdienst naar het totaalplaatje.
Hoe voorkomt u schijnzelfstandigheid? (stappenplan)
Om duidelijkheid te krijgen over de arbeidsrelatie en het risico op schijnzelfstandigheid te voorkomen, kunt u de volgende stappen volgen:
Stap 1: Maak een overzicht van alle zzp’ers in de organisatie
Inventariseer alle zzp’ers die via een overeenkomst van opdracht werkzaam zijn binnen uw organisatie. Vermeld daarbij hun functies, duur van opdrachten en eventuele eerdere dienstverbanden bij uw organisatie. Dit vormt de basis voor de verdere beoordeling.
Stap 2: Maak per zzp’er een inventarisatie
Contractanalyse:
- Inhuurvorm: verzamel alle relevante contracten en bepaal of de zzp’er direct is ingehuurd of via een bureau.
- Vervangbaarheid: Kan de zzp’er zich vrij laten vervangen en wat is de realiteitswaarde daarvan?
- Beoordelingskaders: maak voor elke zzp’er een digitaal dossier aan met alle contracten en afspraken. Loop daarbij langs de Deliveroo-gezichtspunten.
- Modelovereenkomst: controleer of de meest recente modelovereenkomsten van de Belastingdienst zijn gebruikt en nog actueel zijn.
- Aansprakelijkheid: kijk of in het contract expliciet is opgenomen dat er geen sprake is van een (fictief) dienstverband, en wie er aansprakelijk is als dat toch wordt vastgesteld en of hierover iets is geregeld. Houd er echter rekening mee dat niet alle aansprakelijkheid op de opdrachtnemer (dan werknemer) kan worden verhaald.
Functieanalyse:
- Arbeidsrechtelijke bepalingen: controleer of in het contract arbeidsrechtelijke bepalingen zijn opgenomen, zoals doorbetaling bij ziekte, concurrentiebeding, wel/ geen vrije vervanging etc.
- Functietype: bepaal of de functie een kernfunctie, staffunctie of ‘bedrijfsvreemd werk’ betreft.
- Aard van de opdracht: inventariseer de aard van de opdracht (tijdelijkheid, verantwoordelijkheden, werktijden, locatie, etc.).
- Inbedding in de organisatie: beoordeel in hoeverre de zzp’er zich in de praktijk gedraagt als werknemer binnen uw organisatie. Let op signalen zoals:
- gebruik van een e-mailadres van de opdrachtgever
- het dragen van bedrijfskleding
- deelname aan interne (verplichte) trainingen of werkoverleggen
- toegang tot interne systemen of werkplekken
- deelname aan sociale activiteiten zoals bedrijfsuitjes
Financiële analyse:
- Facturatie: controleer de facturatieprocedures, de hoogte van de vergoeding en eventuele kostenvergoedingen.
- Personeelsregelingen: controleer of de zzp’er niet meedoet aan personeelsregelingen, zoals de cao.
- Financiële zelfstandigheid: of de zzp’er financieel zelfstandig is, zoals het dragen van debiteurenrisico en het hebben van eigen verzekeringen.
- Btw-nummer: controleer of sprake is van een eigen BTW-nummer?
Analyse extern ondernemerschap
Breng in kaart in hoeverre de zzp’er zich buiten uw organisatie gedraagt als zelfstandig ondernemer. Dit is sinds het Uber-arrest (2025) een volwaardig beoordelingscriterium.
Let op de volgende signalen:
- Bedrijfsidentiteit: gebruikt de zzp’er een eigen bedrijfsnaam, logo, website of huisstijl?
- Zakelijke structuur: is de zzp’er ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, en investeert hij/zij in eigen materialen of gereedschap?
- Ondernemersrisico: wie loopt het risico bij wanbetaling of herstelkosten? Heeft de zzp’er eigen verzekeringen?
- Spreiding van opdrachten: werkt de zzp’er voor meerdere opdrachtgevers en beperkt hij/zij het aantal gewerkte uren per opdrachtgever? Een sterke afhankelijkheid van één opdrachtgever vergroot het risico op schijnzelfstandigheid.
- Vervangbaarheid: kan de zzp’er zich vrij laten vervangen, en is dat in de praktijk realistisch?
- Tegenstrijdige signalen: zijn er omstandigheden die het beeld van ondernemerschap ondermijnen, zoals een eerder dienstverband bij uw organisatie, een gebrek aan acquisitie of investeringen, of langdurige exclusiviteit?
Tip: gebruik eventueel ook het hulpmiddel van de Belastingdienst om te toetsen of iemand kwalificeert als IB-ondernemer. Dit is geen sluitend bewijs, maar kan wel een ondersteunende indicatie zijn.
Stap 3: Controleer het tarief
Een belangrijk element bij de beoordeling van de arbeidsrelatie is het uurtarief van de zzp’er. Het wetsvoorstel voor de Wet VBAR stelt dat zzp’ers die minder dan €33 per uur verdienen automatisch een rechtsvermoeden van werknemerschap krijgen. Maar ook onder de huidige wetgeving speelt het tarief een rol. In het Deliveroo-arrest bepaalde de Hoge Raad dat de hoogte van de beloning een van de criteria is om te beoordelen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Daarbij wordt gekeken of de zzp’er daadwerkelijk over zijn tarief kan onderhandelen.
Zzp’ers met lage tarieven hebben vaak minder onderhandelingsruimte en zijn afhankelijker van de voorwaarden van de opdrachtgever. Dit kan wijzen op een gezagsverhouding en pleiten voor een dienstverband.
Stap 4: Beoordeel de aansturing
Evalueer hoeveel aansturing en controle de organisatie op de zzp’er uitoefent. Kijk daarbij of de werkzaamheden structureel zijn en vallen binnen het organisatorisch kader van uw organisatie. Raadpleeg hiervoor de functieanalyse uit stap 2.
Stap 5: Neem een besluit
Op basis van bovenstaande analyses kunt u nu bepalen hoe u verder gaat met de betreffende zzp’er. Afhankelijk van de risico’s en omstandigheden, kunt u besluiten om:
- De zzp’er als zelfstandige te blijven inhuren, zonodig met aanpassing van de werkwijze.
- Een bureau inschakelen voor de inhuur kan helpen om de inleenconstructie en aansprakelijkheid duidelijker te maken. Dit biedt echter alleen een uitkomst als er geen sprake is van bemiddeling, maar van tussenkomst, waarbij het bureau de zzp’er rechtstreeks contracteert. Bij bemiddeling blijft de opdrachtgever namelijk zelf verantwoordelijk voor de juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie.
- De zzp’er een arbeidsovereenkomst aanbieden, indien het werk feitelijk structureel en onder gezag plaatsvindt, of de werkzaamheden beëindigen als een arbeidsovereenkomst niet wenselijk of passend is.
Stap 6: Voer de beslissing uit
Tot slot, zorg ervoor dat alle overeenkomsten en contracten worden aangepast om in lijn te zijn met uw besluit. Ga na of de contracten voldoen aan de laatste wetgeving en werk met een arbeidsrechtspecialist samen om zeker te zijn dat alles correct is vastgelegd. Hiermee beperkt u het risico op juridische conflicten.
Andere tips om schijnzelfstandigheid te voorkomen
- Maak contracten toekomstbestendig: Zorg dat nieuwe contracten met zzp’ers aansluiten op de huidige wetgeving en rechtspraak. Gebruik, waar mogelijk, een actuele en goedgekeurde modelovereenkomst van de Belastingdienst waarvan de looptijd nog geldig is. Vul deze aan met afspraken over bijvoorbeeld aansprakelijkheid. Kies voor een contract van bepaalde duur of laat de einddatum aansluiten op de looptijd van het modelcontract. Zo voorkomt u dat contracten niet meer voldoen aan toekomstige wetgeving.
- Informeer en betrek de zzp’ers: Informeer uw zzp’ers over de aankomende veranderingen en betrek hen actief bij het proces. Wees transparant over de mogelijke gevolgen van de nieuwe wetgeving voor hun arbeidsrelatie met uw organisatie.
- Blijf alert op einddatum en feitelijke werkzaamheden: Controleer regelmatig of de feitelijke werkzaamheden nog steeds overeenkomen met uw oorspronkelijke beoordeling van de arbeidsrelatie. Wees bovendien alert op de einddatum van de modelovereenkomst en gebruik dit moment om samen met de zzp’er te evalueren wat er tussen partijen geldt. Wijkt de praktijk af van de afspraken in de overeenkomst? Dan biedt de modelovereenkomst geen vrijwaring meer voor het afdragen van loonbelasting en sociale premies.
Modelovereenkomsten als praktische oplossing?
Modelovereenkomsten zijn een waardevol hulpmiddel om risico’s op schijnzelfstandigheid te beperken. Ze helpen bij het vastleggen van duidelijke afspraken en kunnen juridische onzekerheid verminderen. Maar let op: een modelovereenkomst is géén garantie dat een arbeidsrelatie geen dienstverband is.
De Belastingdienst kijkt namelijk niet alleen naar het contract, maar vooral naar de feitelijke uitvoering van de samenwerking. Daarom is het essentieel dat u vóór het gebruik van een modelovereenkomst eerst beoordeelt of de aard van het werk zich überhaupt leent voor een opdrachtconstructie.
Vraag uzelf af: gaat het om een tijdelijke klus met een duidelijk begin en eind? Of betreft het structureel werk, onder gezag, binnen uw organisatie? In dat laatste geval is het risico op schijnzelfstandigheid groot, ongeacht wat er op papier staat.
Tot voor kort bood goedkeuring door de Belastingdienst extra zekerheid, maar sinds 6 september 2024 worden geen nieuwe modelovereenkomsten meer beoordeeld. Bestaande goedgekeurde modellen behouden hun vrijwarende werking tot en met 31 december 2029 — mits ze correct worden toegepast en blijven voldoen aan de wet- en regelgeving.
De Belastingdienst kan een eerder afgegeven goedkeuring intrekken als de overeenkomst niet meer voldoet aan de voorwaarden. Dit is bijvoorbeeld al gebeurd bij een modelovereenkomst in de zorgsector.
Alleen effectief bij juiste uitvoering
Een modelovereenkomst biedt alléén bescherming als:
- de arbeidsrelatie correct is gekwalificeerd;
- én de feitelijke werkzaamheden overeenkomen met de afspraken in het contract.
In de praktijk gaat het hier vaak mis. Controleer daarom regelmatig of de werkzaamheden nog passen bij de overeenkomst. Vanaf 2025 intensiveert de Belastingdienst zijn controles. Hoewel er in 2025 nog geen boetes worden opgelegd, kan een onjuiste kwalificatie wel leiden tot naheffingen.
Essentiële elementen van een modelovereenkomst
Een effectieve modelovereenkomst bevat de volgende elementen:
- Maatwerk: de overeenkomst moet aansluiten bij de specifieke situatie. Er moet per arbeidsrelatie beoordeeld worden of deze als opdracht met een kop en een staart kan worden ingekleed;
- Behoud originele tekst: geel gemarkeerde secties in de modelovereenkomst moeten ongewijzigd blijven;
- Correcte nummering: het originele nummer moet exact worden overgenomen;
- Praktische uitvoering: de feitelijke werkzaamheden moeten overeenkomen met wat in het modelcontract staat. Dit is een cruciaal vereiste en een punt waarbij het in de praktijk vaak mis gaat.
Aanvullende bepalingen om risico’s verder te beperken
Overweeg om in uw overeenkomst ook bepalingen op te nemen over:
- Aansprakelijkheid: wie is verantwoordelijk bij gemaakte fouten?
- Klachtenafhandeling: wie lost klachten op en hoe wordt dat geregeld
- Opdrachtweigering: zorg dat zzp’ers opdrachten mogen weigeren zonder gevolgen.
- Verhaalsrecht: leg vast wat er gebeurt als achteraf sprake blijkt van een verkapt dienstverband. Naheffingen kunnen gedeeltelijk op de zzp’er worden verhaald.
- Geheimhouding: bescherm bedrijfsgevoelige informatie met duidelijke afspraken.
Laat uw modelovereenkomst controleren!
Wilt u zeker weten dat uw modelovereenkomst volledig voldoet aan de geldende eisen? Raadpleeg een arbeidsrechtspecialist om onnodige risico’s te vermijden.
Wat verandert er in 2026? Strengere handhaving en nieuwe wetgeving (Wet VBAR?)
Handhaving schijnzelfstandigheid in 2026
Vanaf 2026 handhaaft de Belastingdienst strenger op schijnzelfstandigheid. Waar in 2025 nog een soepele overgangsregeling geldt, worden vanaf 2026:
- Strengere controles uitgevoerd
- Boetes opgelegd bij onjuiste kwalificaties
- Correcties met terugwerkende kracht tot maximaal vijf jaar, maar niet verder terug dan 1 januari 2025
U heeft nu dus nog de kans om uw werkrelaties zorgvuldig te evalueren en aan te passen, zonder direct risico op boetes of naheffingen. Wacht niet tot het laatste moment en gebruik deze overgangsperiode om problemen in 2026 te voorkomen.
Wet VBAR: nieuwe regels vanaf 1 januari 2026
Op 1 januari 2026 treedt naar verwachting de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) in werking. Deze wet introduceert 2 belangrijke wijzigingen:
- De WZOP-toets, een nieuw beoordelingskader voor arbeidsrelaties, en
- Een rechtsvermoeden van werknemerschap voor zzp’ers die onder een bepaald uurtarief werken.
Wijziging 1: de WZOP toets
De WZOP-toets verduidelijkt het gezagscriterium bij arbeidsrelaties en bestaat uit 3 elementen:
- Werknemer (W): dit element richt zich op signalen van werknemerschap, zoals werkinhoudelijke en organisatorische aansturing door de opdrachtgever. De ‘kernactiviteit’ van de organisatie is uit de beoordeling gehaald om een evenwichtige afweging tussen werknemerschap en zelfstandigheid te maken.
- Zelfstandige (Z): hierbij wordt gekeken naar kenmerken van zelfstandig ondernemerschap, zoals het dragen van eigen risico en verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de werkzaamheden.
- Ondernemerschap (OP): dit element kijkt naar kenmerken van ondernemerschap, zoals het hebben van meerdere opdrachtgevers en het zelfstandig werven van opdrachten.
Belangrijk: In eerdere versies van het wetsvoorstel VBAR werd ondernemerschap pas meegewogen nadat de balans tussen werknemerschap (W) en zelfstandigheid (Z) was beoordeeld. Dit week af van de lijn in het Uber-arrest van de Hoge Raad (2025), waarin is vastgesteld dat ondernemerschap vanaf het begin en op gelijkwaardige wijze moet worden meegewogen.
Naar aanleiding van deze uitspraak heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 27 maart 2025 aangekondigd dat het wetsvoorstel wordt aangepast. De wijziging zorgt ervoor dat ondernemerschap een volwaardig en gelijkwaardig criterium blijft bij het beoordelen van arbeidsrelaties. Daarmee sluit het wetsvoorstel beter aan bij de actuele rechtspraak en neemt het kabinet bezwaren over de juridische houdbaarheid weg.
Wijziging 2: Rechtsvermoeden van werknemerschap
Daarnaast introduceert het wetsvoorstel een rechtsvermoeden van werknemerschap voor zzp’ers die minder dan €33 per uur verdienen. In zulke gevallen kan de zzp’er stellen dat hij een werknemer is, en dan moet de opdrachtgever bewijzen dat er geen dienstverband is.
Minimaliseer risico’s bij uw zzp-constructies
Wilt u voorbereid zijn op de controles van de Belastingdienst in 2025 en juridische risico’s rond schijnzelfstandigheid vermijden? Neem nu actie om uw werkrelaties met zzp’ers te evalueren en uw organisatie te beschermen.
Onze arbeidsrechtspecialisten staan klaar om u te helpen met:
- Een grondige controle van uw modelovereenkomsten;
- Advies op maat over het voorkomen van schijnzelfstandigheid;
- Praktische oplossingen om risico’s te minimaliseren.
Vergroot uw kennis met een training
Wilt u binnen uw organisatie het bewustzijn over en inzicht in schijnzelfstandigheid vergroten? Onze arbeidsrechtspecialisten verzorgen maatwerktrainingen afgestemd op de specifieke behoeften en praktijk van uw organisatie. Tijdens deze trainingen krijgt u concrete handvatten om arbeidsrelaties correct te beoordelen en schijnzelfstandigheid te voorkomen.
Bekijk onze pagina over trainingen voor meer informatie, of neem direct contact op. Samen maken we uw zzp-constructies toekomstbestendig.

